trends nieuwsconsumptie

Just another WordPress.com weblog

Nieuws in tijden van crisis januari 19, 2009

Filed under: Artikelen Dianne Kuijs — 2008trendscv202a @ 12:48 pm

Onze bewegingsvrijheid neemt steeds verder toe. Door die verandering van levenswijze staan de traditionele media, zoals de krant en de TV onderdruk. Hierdoor neemt het gebruik van nieuwe media wel toe. Dit is uiteraard belangrijk voor de nieuwscomsumptie in de toekomst en omdat dit artikel het voorgaande belicht heb ik dit op onze blog gezet.

Nieuws in tijden van crisis

De dagbladen ondervinden steeds meer concurrentie van internet en daarom willen ze het reclamegeld van de publieke omroep. Dat in een brandbrief van hoofdredacteuren geuite verlangen is de verklaring waarom dagbladen ten onder gaan. Ze komen stelselmatig met verkeerde oplossingen voor onbegrepen problemen. Ze springen van een zinkend schip in een vollopende reddingboot en denken dat ze dan wel zullen overleven.

Want stel dat ze hun zin krijgen: de omroep is logischerwijze de volgende die geconfronteerd gaat worden met de gevolgen van een digitale levensstijl. Tv-reclame is geen blijvertje. Als je door internet de krant bij het ontbijt niet meer nodig hebt waarom dan nog wel een voorgeprogrammeerde televisieavond?

Kranten klagen dat ze het moeilijk hebben omdat ze concurrentie ondervinden van het gratis nieuws op internet. Dat klinkt plausibel maar is het ook de ware reden voor de teloorgang? Voor de televisie werkt de economische praktijk namelijk andersom. Je kunt het zien in de top-verkooplijsten van Amazon en Bol, waar tv-series op dvd steeds belangrijker worden. Er zijn maanden dat de toptien zelfs helemaal bezet wordt door tv-producties. Oftewel: consumenten zijn bereid veel geld neer te tellen voor iets dat ze ook gratis kunnen krijgen.

Die trend zet zich voort op internet. De Amerikaanse versie van de iTunes winkel biedt al een groot aanbod aan tv-series en videoclips te koop aan. Stel dat iTunes dat beleid ook in Nederland gaat voeren, mag de publieke omroep dan ook meedoen? Of moet ze de video’s per definitie gratis ter beschikking stellen omdat ze met belastinggeld zijn betaald? Leidt dat gratis weggeven dan juist niet weer tot oneerlijke concurrentie? Want waarom zou iemand betalen voor content van commerciele partijen als het ook volop gratis te krijgen is? Het zijn vraagstukken waarbij geen enkel ingenomen standpunt overeind blijft. Omdat het de verkeerde vraagstuken zijn. De gevolgen van digitalisering hebben een andere oorzaak dan de publieke financiering van de omroep.

Levenswijze
Kranten hebben het lastig omdat het concept krant steeds slechter past in een levenswijze die hand over hand toeneemt. Die levenswijze wordt maar deels gevoed door internet, het is vooral de mobiele telefoon die ons gedrag verandert. Ons persoonlijk leven gaat daarbij net zo op de schop als het industriële proces in de jaren negentig. Die nieuwe manier van werken in het bedrijfsleven werd ‘just in time’ genoemd. In plaats van gigantische voorraden aan te leggen stelde de inzet van ICT bedrijven in staat snel orders te plaatsen die razendsnel verwerkt konden worden. Ze konden kortom hun voorraden en productie aanpassen aan de vraag. Just in time. Die nieuwe efficiente manier van opereren veranderde de manier waarop bedrijven werken compleet. Een modeketen als H&M brengt voortdurend nieuwe collecties uit in plaats van twee keer per jaar. Dat de gemiddelde supermarkt nu een veel groter aanbod aan – verse – producten heeft dan vijftien jaar geleden is er ook een direct gevolg van.

Zo is het persoonlijk leven ook veranderd met de komst van de mobiele telefoon en internet. Onze bewegingsvrijheid is enorm vergroot. Dagen worden voller gepland en volstrekt anders ingedeeld. Kranten daarentegen gaan er nog steeds van uit dat mensen een half uur per dag inruimen om informatie tot zich te nemen. Er zijn vast mensen die dat zullen blijven doen maar er is ook een heel grote groep die dat niet doet. Ik zie geen reden waarom die laatsten niet bediend zouden moeten worden. En dat gebeurt slecht, heel slecht.

In de Tweede Kamer werd opgeroepen tot een onderzoek naar de positie van kranten. Dat onderzoek zou wat mij betreft maar een vraag hoeven beslaan: hoe kan het dat in Nederland Nu.nl de belangrijkste online nieuwsbron is geworden? Het goede aan de crisis is dat het kranten dwingt om die vraag nu eens eindelijk te beantwoorden. Let wel, ik gun Nu.nl al het succes maar het blijft toch vreemd dat een site met een uiterst minimale redactie en een enkele nieuwsfeed in staat is alle concurrentie te verslaan. Daar kun je twee conclusies uit trekken: Nu.nl is het product van geniale geesten of er is nog een onontgonnen wereld te winnen. Ik gun het Nu-hoofdredacteur Laurens Verhagen dat ze allebei waar zijn.

Kansen voor innovatie
De stroom advertentiegelden wordt niet alleen maar omgelegd van krant naar tv. En als het zo is dan is die stroom ook niet om te keren. Want op den duur gaat het grootste deel van het reclamegeld naar internet. Nee, dat is nu nog niet geval maar de reden daarvoor is dat reclamemakers nog minder kijk hebben op internet dan de dagbladmakers. Ze blijven herhalen wat ze al kennen. Herhaling mag dan de kracht van reclame zijn maar dat blijft niet werken.

Crisis betekent niet alleen maar ellende. Crisis betekent ook ongekende kansen voor innovatie. Een aanzienlijk deel van de Fortune 500-bedrijven is opgezet in tijden van economische malaise. Op internet is Google daarvan misschien wel het beste voorbeeld. Dat bedrijf werd groot middenin de dotcom-crash. Google deed iets wat anderen voor onmogelijk hielden. Het maakte de beste zoekmachine zonder aandachtopeisende reclamebanners. Later werden er kleine onopzichtige advertenties toegevoegd. Dat bleek precies te zijn waar het publiek naar op zoek was. Inmiddels is het bedrijf een van de grootste reclamemagneten ter wereld. Dat laat zien hoe onverwacht innovatie kan uitpakken.

De digitalisering maakt ons leven steeds persoonlijker, we kunnen steeds beter krijgen wat we eigenlijk willen. Van mode tot eten, van vakantie tot werk. Alleen met nieuws wil dat maar niet lukken. Volgens mij ligt dat niet aan het nieuws.

Bron: http://www.newsreporter.nl

Advertenties
 

Toekomst krant ligt bij Social Media

Filed under: Artikelen Dianne Kuijs — 2008trendscv202a @ 12:05 pm

In dit artikel worden onderwerpen belicht die ook in andere artikelen hieronder worden aangekaart. Hierdoor versterkt het mijn kijk op het mediagebruik in de toekomst en daarom heb ik dit artikel gepost.

Toekomst krant ligt bij Social Media

Henk de Hooge

Kranten moeten dringend participeren in de nieuwe digitale media als ze niet kopje onder willen gaan. Dat was een van de uitkomsten op een studiedag van het Flemish Interdisciplinary Institute for BroadBand Technology (IBBT). “Tegen 2012 zullen er meer inkomsten gehaald worden uit reclame op het internet dan uit reclame in de gedrukte pers”, zegt Martha Stone (luister ook naar dezepodcast “the Future of newspapers) van deWorld Association of Newspapers (WAN). “Internetgebruikers, en dan vooral de jongere generaties, gaan op een totaal andere manier om met nieuws. Ze willen enkel lezen wat bij hun interessesfeer aansluit en hebben daar specifieke kanalen als Facebook en MySpace voor.”

Een interessant gevolg van die evolutie is dat het nieuws niet langer uitsluitend door professionele journalisten wordt gemaakt. Momenteel bestaat 13 procent van de inhoud op het internet uit ‘User Generated Content’ – tekst en beeld van de internetgebruikers zelf – en dat percentage stijgt elk jaar.      

“De traditionele media mogen hun hoofd niet in het zand steken”, zegt Stone. “Ook zij zullen steeds meer moeten omgaan met nieuws dat door de lezers zelf wordt aangebracht. In de Verenigde Staten of Noorwegen is het intussen ingeburgerd dat lezers via de site zelf artikels, foto’s of filmpjes kunnen insturen. Op de sociale netwerksites zijn jongeren het gewoon geraakt om zelf te kunnen participeren en als de kranten en de andere traditionele media de muren rond de redactie niet slopen, missen ze de boot.”

“Amerikaanse mediatycoons als Rupert Murdoch weten al lang dat de gedrukte media zonder die verbreding reddeloos verloren zijn”, stelt Martha Stone. Murdoch kocht onder meer MySpace op en heeft intussen verschillende andere communitywebsites in zijn portefeuille. “Als de Belgische media de jongere generaties aan zich willen binden en hun inkomsten uit reclame niet willen verliezen, moeten ze hetzelfde doen”, besluit Stone. (Bron)

 

Internet is populairder dan TV onder jongeren

Filed under: Artikelen Dianne Kuijs — 2008trendscv202a @ 11:54 am

Jongeren zijn niet de doelgroep waar wij ons op richten (namelijk mannen tussen de 25 en 35 jaar). Maar we schrijven over de toekomst en in 2020 behoort het mannelijke deel van deze jongeren wel tot de doelgroep. Ik heb dit artikel gekozen om aan te geven hoe een belangrijk medium internet is en dat het belangrijker is geworden dan de traditionele media. Dit artikel geeft mij een beter beeld van de omgang met de media in de toekomst. Welke mediums het belangrijkst worden en welke op de achtergrond zullen treden.

 

Internet is populairder dan TV onder jongeren

Vr 7 december 2007 11:59, Redacteur, 10612 views

Gisteren publiceerde EIAA de vijfde Mediascope Europe. Hieruit blijkt dat het gebruik van internet nu groter is dan televisie in de groep 16-24 jarigen. De scope, die het gebruik van televisie, radio, internet, dagbladen en tijdschriften in kaart brengt in tien Europese markten, berekende dat de jongerendoelgroep 10% meer tijd besteedde aan internet dan aan televisiekijken.

Naast de gemiddelde tijd daalde ook het gemiddeld aantal dagen per week dat jongeren televisie kijken. In de vorige versie was dat nog 5,8 dagen. Nu is dat 5,7. Bij internet werd een stijging gemeten van 5,7 naar 5,9 dagen. Dit in combinatie met een daling van het aantal jongeren dat 5-7 dagen TV kijkt en een stijging van het aantal jongeren dat 5-7 dagen online is, maakt dat intenret nu het hoofdmedium is in de genoemde doelgroep.

via Media Onderzoek

 

 

 

 

 

Expert Harvard: journalistiek wordt beroep van amateurs. december 5, 2008

Filed under: Artikelen Dianne Kuijs — 2008trendscv202a @ 6:45 am

De krant is nu nog voor vele een belangrijke informatiebron. Maar als je kijkt naar de nieuwe generatie zie je dat zij hooguit de gratis krant even door ‘scannen’. Ik heb dit artikel gekozen omdat het de situatie beschrijft waarin kranten zeer afhankelijk zijn van adverteerders en wat daar in de toekomst de consequenties van zouden kunnen zijn.


Expert Harvard: journalistiek wordt beroep van amateurs

De neergang van krantenabonnementen en losse nummer-verkoop maakt de pers steeds afhankelijker van één geldbron: advertenties. Je moet er niet aan denken dat ook die bron opdroogt. Toch staat precies dat ons te wachten, voorspelt Doc Searls, media-expert aan de Harvard Law School. Adverteerders, constateert hij, zijn bezig hun geld structureel uit de pers terug te trekken, met het gevolg dat journalistiek vooral een zaak van onbetaalde amateurs gaat worden.

Op het eerste oog lijkt het onnodige bangmakerij. Hoe kan Searls de aftocht van adverteerders verkondigen als er juist steeds meer reclameboodschappen op journalistieke sites en weblogs terechtkomen? En voorspellen sommigen de krant geen bright future als deze zich maar snel genoeg tot een print-digitaal hybride medium omvormt? Klopt. Maar de twijfels of de hele journalistieke operatie zich op die manier laat financieren, zijn nooit verdwenen. Wat als de inkomsten uit digitale advertenties niet toereikend zijn?

Succesvolle advertentie blijft lot uit loterij
Bij Doc Searls wordt dat vraagteken een uitroepteken. Geniet nog maar even van dit digitale oplevinkje, zegt hij, onder de oppervlakte is een andere, lange termijn beweging gaande. Natuurlijk heeft Google de omstandigheden voor adverteerders verbeterd: ze kunnen nu per click of impressie afrekenen en dure inkt en zendtijd voor pixels and serverruimte inruilen. Maar het advertentieproces op zich blijft inefficiënt, verspillend en speculatief; zelfs bij de meest geavanceerde vormen van pay-per-click accountability blijft een succesvol contact met klanten een lot uit de loterij.

Feitelijk dekt het advertentieproces de werkelijkheid niet, redeneert Searls. Het wekt de indruk dat verkopers op jacht zijn naar kopers zijn, terwijl het omgekeerde waar is: kopers zoeken verkopers. Bovendien blijven klanten graag klant zolang hun relatie met een bedrijf of organisatie maar betekenisvol en produktief is. Grotere klanten investeren daarom in Vendor Relationship Management, kortweg VRM genoemd. Op die manier onderhouden ze het contact met verkopers op de voorwaarden die ze zelf prettig vinden.

Omgekeerd investeren verkopers in de relatie met hun klant, ook wel Customer Relationship Management (CRM) genoemd. Het aantal relatiemedia en klantensites bewijst, ook in Nederland, op welke massale schaal dat gebeurt. Bedrijven zorgen er ook voor dat klanten nieuwtjes over producten via internet aan elkaar doorvertellen.

Advertenties worden restpost
Zo raakt het inefficiënte, speculatieve adverteren gemangeld tussen VRM en CRM. Advertenties zullen niet verdwijnen, zegt Searls, maar worden een restpost, geschikt voor plekken waar het relatiemanagement niet kan komen.

Daarmee loopt Searls ver voor de muziek uit. Met name VRM is op dit moment nog meer theorie dan praktijk. Toch zijn er indicaties dat hij gelijk gaat krijgen. De advertentie-omzet van Amerikaanse kranten ligt, ondanks de achter ons liggende periode van hoogconjunctuur, maar liefst 20% lager dan tien jaar geleden en de daling verloopt sinds 2004 in een steeds sneller tempo. In Nederland geeft de recente ineenstorting van de advertentie-omzet van de Volkskrant op zijn minst stof tot nadenken. Hoofdredacteur Pieter Broertjes noemde het geen conjunctureel maar een structureel probleem: de advertenties in zijn krant leveren minder respons op, tarieven kelderen, adverteerders stappen over op het internet.

Een journalistiek zwaargewicht als Jay Rosen van Pressthink weet niet hoe het gaat lopen maar neemt Searls’ voorspellingen serieus: hij verkent een scenario waarin er straks “no business model at all” meer is. Het karwei zal dan worden geklaard door mensen die geen geld verdienen met maar vanwege hun journalistieke werk. Anders gezegd: zij schrijven hun journalistieke stukken gratis om er een reputatie mee op te bouwen die ze langs andere wegen te gelde maken (dit zal veel bloggers bekend in de oren klinken).

Citizen media: geen gratuite ontwikkeling
Ik weet het, Amerika is Nederland niet. Bij ons voelt de overheid zich bijvoorbeeld medeverantwoordelijk voor de informatievoorziening, met het bestaan van de Publieke Omroep en het Stimuleringsfonds voor de Pers als gevolg. Maar te grote afhankelijkheid van één geldbron is altijd riskant, ook als die bron “overheid” heet.
Hoe het precies gaat lopen, weet niemand. Maar wellicht is de ontwikkeling van gedegen 
burgerjournalistiek een minder gratuite bezigheid dan velen denken (zie oa deze sites met nieuwe modellen voor citizen media).

Bron: http://www.denieuwereporter.nl/?p=1399, geschreven door: Theo van Stegeren.

 

Met één muiskllik de media controleren.

Filed under: Artikelen Dianne Kuijs — 2008trendscv202a @ 6:27 am

Net als het artikel hieronder gaat dit artikel om de betrouwbaarheid van het nieuws en dan vooral hoe jij als internettende mediaconsument als controleur van de journalist kan optreden. Hier zijn verschillende internetdiensten die deze mogelijkheid bieden. Ook wordt de zelf samengestelde online krant in dit aangehaald. En dat vind ik gekeken naar de toekomst erg interessant. In mijn ogen is het personalisen van het nieuws de toekomst.


Met één muisklik de media controleren

Email artikel: E-Mail This Post/Page Print artikel: Print This Post/Page Reacties: 1

Journalisten en ombudsmannen opgelet! De kritische mediaconsument van morgen stuurt geen boze brief en de telefoon laat ‘ie ook liggen. Als hij een artikel knoeiwerk vindt, veroordeelt hij het stuk met één muisklik. Subjectieve passages in artikelen worden gemarkeerd en via internet met de wereld gedeeld. Dat is de toekomst als het aan internetdiensten NewsCred en SpinSpotter ligt. Deze recent opgerichte services maken de internettende mediaconsument tot controleur van de journalistiek. De Nieuwe Reporter sprak met de mannen achter beide diensten en vroeg mediawetenschapper Mark Deuze om er zijn licht over te laten schijnen.

NewsCred – gelanceerd in augustus – werkt vrij simpel. Na registratie kunnen gebruikers van NewsCred een eigen online krant samenstellen. Wat er in de krant komt te staan en wat niet bepaalt de gebruiker deels zelf door media te selecteren. Binnen de categorie technology kiezen gebruikers bijvoorbeeld of ze berichten vanWired willen ontvangen. Daarnaast bepalen alle NewsCred-gebruikers samen welk nieuws betrouwbaar is. Ieder artikel kunnen gebruikers credits of discredits geven. Als een artikel wordt afgekeurd, daalt de betrouwbaarheid van het stuk en wordt het binnen de online-krant ook minder prominent gebracht. Daarnaast hebben de plus- en minpunten ook invloed op andere stukken van het medium en de journalist die het stuk op internet publiceerde. Media of auteurs waar veel stukken van worden afgekeurd, krijgen een steeds minder prominente plek in de online kranten die NewsCred-gebruikers zelf samenstellen.

SpinSpotter – gelanceerd in september – werkt niet met een eigen website als basis, maar met een toolbar voor internetbrowsers. Via die toolbar kunnen internetters woorden selecteren op websites. Vervolgens kunnen ze aangeven wat ze fout – spin – vinden aan dat woord en waarom ze dat vinden. Om dat te visualiseren: een Amerikaanse nieuwswebsite citeert Obama in de kop van een artikel dat zowel over Obama als McCain gaat. Een gebruiker van SpinSpotter valt dat op en selecteert de kop. Hij geeft dan aan dat hij de kop unbalanced vindt, omdat Obama geciteerd is en daarmee de focus in zijn ogen te veel op Obama komt te liggen. Dat wordt vervolgens teruggekoppeld aan SpinSpotter. De volgende gebruiker van de dienst die dezelfde website bezoekt, ziet dat de kop gemarkeerd is en waarom dat zo is.

Waarheidsverdriet
De twee diensten ontlenen hun bestaan volgens mediawetenschapper Mark Deuzeaan het feit dat de wereld vergeven is van media. Deuze: “De waarheid, authenticiteit of objectiviteit van iets is nooit meer vast te stellen. Subjectiviteit zit in alle media-uitingen ingebouwd en een autonoom controlemechanisme om de waarheid te achterhalen hebben we niet. Daarbij laten de media ons telkens zien dat voor elk feit er ook wel weer een feit bestaat dat het andere feit tegenspreekt. Waar deze twee diensten op inspelen is waarheidsverdriet: het permanent uitblijven van consensus over wat waar of belangrijk is.”

Ook sluiten NewsCred en SpinSpotter aan bij een veel bredere trend, vindt Deuze. Vroeger was het volgens de hoogleraar aan de elite – “zelfbenoemde diepe denkers, wetenschappers en politici” – om de waarheid te bepalen. “Nu neemt bijna iedereen die houding aan. Dat is een houding die bij een consumentenmaatschappij past: eindeloos producten met elkaar vergelijken en uiteindelijk niet het beste product kiezen, maar het product waar jij je lekker bij voelt.”

Mediawijs
Als niets meer feitelijk waar is, hoe kan de mediaconsument dan nog de media controleren? Gebruikers van NewsCred en SpinSpotter controleren de media namelijk op basis van informatie die ze elders hebben gelezen. Die informatie kan ook subjectief zijn. Deze vraag illustreert volgens Deuze de paradox waarin mediamakers en -gebruikers zijn beland. “Het is een eindeloze spiraal. In dure termen een triple helix die niet naar boven of beneden gaat, maar een voortdurende dans is van elkaar concurrerende waarheden. De vraag is nu: zijn mensen mediawijs genoeg om dit te doorzien?”

Op die vraag heeft SpinSpotter-oprichter Todd Herman zijn antwoord klaar: “Wij vragen niemand om te beoordelen of een artikel journalistiek verantwoord is. We vragen onze gebruikers slechts om aan te geven wanneer zij vinden dat een journalist de spin rules heeft overtreden. Gebruikt de journalist superlatieven zonder deze te staven met feiten? Vindt de lezer dat de journalist bronnen gebruikt die op belangenverstrengeling wijzen? En als we ontdekken dat iemand onterecht iets aan heeft gewezen als spin verwijderen wij die markering en daalt het vertrouwen in die SpinSpotter binnen ons systeem.”

Shafqat Islam, medeoprichter NewsCred, heeft er alle begrip voor dat gebruikers soms een artikel verkeerd beoordelen. “We geloven niet dat iedere gebruiker een expert is op elk gebied. Maar we geloven wel in het principe van wisdom of the crowds: dat de resultaten die alle gebruikers samen generen betekenisvol zijn en we daar terechte conclusies uit kunnen trekken. Iedere gebruiker heeft kennis op een bepaald gebied en kan de kwaliteit van het ene artikel beter inschatten dan van het andere. Iedereen maakt ook wel eens een fout. Maar wie zegt dat mediaconsumenten niet de kwaliteit van een artikel kunnen bepalen of de waarde van een stuk inschatten, onderschat hen.”

‘Lijf NewsCred en Spinspotter in’
Om misbruik tot het minimum te beperken, controleren beide diensten het stemgedrag van hun gebruikers. Ze willen voorkomen dat een grote groep zich op de dienst stort en deze misbruikt. Bijvoorbeeld een bedrijf dat massaal artikelen over zichzelf goedkeurt. Islam: “Allereerst hebben wij vele technische controles: ip-adres, tijd die tussen de stemmen zit, stemgeschiedenis, enzovoort. Daarbij denken we er over om gebruikers verplicht een reden op te laten geven als ze een artikel afkeuren. Ook spelen we met de gedachte om pas 24 uur na de registratie een account te activeren.” SpinSpotter laat studenten controleren welke woorden er gemarkeerd worden. “Een groep universitaire studenten journalistiek controleert voor ons of alle markeringen voldoen aan onze spin rules”, legt Herman uit.

Ondanks Deuze’s kritische vraag over de mediawijsheid van de mediaconsument vindt de mediawetenschapper het zonder twijfel een goede zaak dat deze twee diensten er zijn. “Het is treurig dat in Amerika de ombudsmannen de eerste slachtoffers zijn nu er banen verdwijnen bij nieuwsredacties. De journalistiek heeft begrijpelijkerwijs moeite zich kwetsbaar op te stellen, maar dat heeft ook te maken met het feit dat nieuwsbedrijven niet investeren in diegenen die dat wel doen. Daarbij zit de journalistiek in een genadeloze split: dien het publiek en de adverteerder. Tegelijkertijd biedt deze realiteit creatieve uitdagingen. Ik zou als nieuwsdienst dit soort sites inlijven, zelf opzetten of in ieder geval aanmoedigen.”

 

Nederlandse journalisten: niet checken maar indekken november 24, 2008

Filed under: Artikelen Dianne Kuijs — 2008trendscv202a @ 10:09 am

De taak van een journalist is om de waarheid boven tafel te krijgen. Om er voor te zorgen dat wat je schrijft de waarheid is, is het nodig eerst wederhoor te plegen zodat je beide kanten van het verhaal belicht. Vervolgens is het noodzaak je bronnen te checken en dubbel checken. Uit dit artikel blijkt echter dat een groot deel van de journalisten niet goed checkt. Meestal checkt hij selectief en vaak doet hij dat om zichzelf in te dekken en niet om achter de waarheid te komen. Ik heb voor dit artikel gekozen omdat door een medium als internet het nieuws steeds sneller wordt verspreidt. Maar hoe kan je nu weten of wat je leest ook waar is. Dit is een punt waar wij voor de toekomst rekening mee moeten houden.

Nederlandse journalisten: niet checken maar indekken

8 oktober, 2008 Els Diekerhof


Checken van feiten en opvattingen is hard nodig, vindt de Nederlandse journalist. Alleen komt het er vaak niet van. Selectief checken, dat is de praktijk. En vaak checkt hij eigenlijk alleen om gedekt te zijn en niet om achter de waarheid te komen. Dat is, samengevat, het resultaat van een onderzoek van de Kenniskring Crossmedia Content van de Hogeschool Utrecht.

Aanleiding is onderzoek aan de overkant van de Noordzee van onderzoeksjournalist Nick Davies en onderzoeker Justin Lewis. In Flat Earth News beschrijft Davies hoe de kwaliteit van de Britse pers lijdt onder rapid repacking of largely unchecked second-hand materialZeg maar: het gebruik van ongecheckte tweedehands gegevens. De belangrijkste taak van journalisten: to check and to reject whatever is not true (…), is volgens hem in het geding.

Wordt er bij de Nederlandse media nog gecheckt?
Met een groep studenten van de Utrechtse School voor Journalistiek en de Kenniskring Crossmedia Content, onderzochten we ondermeer of en hoe journalisten bij verschillende Nederlandse media de betrouwbaarheid van hun mondelinge bronnen controleerden. 22 journalisten stuurden ons vijf eigen beeldbepalende grote verhalen of reportages. Na een precieze en uitgebreide analyse van het brongebruik in die verhalen, interviewden we de journalisten.

Alle geïnterviewde journalisten weten, naar eigen zeggen, wanneer er gecheckt moet worden. Checken doen ze als er belangen in het spel zijn. Politiek verslaggever Peter Scholtes van het Eindhovens Dagblad zegt: “Als er belangen spelen, ben ik altijd wantrouwend. Ik voel me echt een waakhond van de democratie. Ik kan niet alle informatie van mondelinge bronnen checken in documenten, maar ik check wat ze zeggen wel bij andere mensen.”

De onderzoeksjournalisten die we interviewden zijn ook duidelijk: We verifiëren alles wat we van een anonieme bron horen ook bij andere bronnen, zegt Vasco van der Boon van Het Financieele Dagblad. Ook onderzoeksjournalist Koen Voskuil van Revu doet altijd aan doublechecking: Je moet uitkijken dat je niet in hetzelfde vijvertje vist: je moet altijd van minstens twee mensen die elkaar niet kennen, hetzelfde horen.

Gecheckt wordt er ook als het snel kan. Even googlen, het kadaster raadplegen en de eigen archieven induiken. Of, als je regionaal verslaggever bent: er naartoe. Snelle checks om na te gaan of de feitelijke informatie die mondelinge bronnen verstrekten, klopt.

 

Redenen om niet te checken
Maar toch wordt er heel vaak niet gecheckt, zo biechten de geïnterviewden op. “Natuurlijk heb ik dat geleerd: check, check, doublecheck. Maar vaak zit je tegen een deadline aan en dan moet het af zijn (…). Ik weet het, een bron is geen bron, is het credo. Maar je moet ook op je gevoel afgaan: kan het kloppen wat hij zegt, vind ik het geloofwaardig?”, zegt Mark Misérus van de Volkskrant.

Davies concludeert dat Britse journalisten niet meer checken omdat ze daarvoor geen tijd meer hebben. De door ons geïnterviewde journalisten noemen tijdsgebrek wel als een van de redenen, maar ze noemen het niet als eerste en enige ooraak.

Veel journalisten beroepen zich op ervaring en intuïtie om checken achterwege te laten. Ervaren journalisten met een eigen specifiek netwerk weten immers wat voor vlees ze in de kuip hebben met hun mondelinge bronnen. Ervaring speelt een grote rol, je moet kritisch zijn, maar wel bij de juiste kwesties. “Je herkent ondertussen wel wanneer iets ’verdacht’ is en gecontroleerd moet worden en wanneer dat niet nodig is”, zegt een ervaren verslaggever van een grote regionale krant.

Journalisten die uitgebreide reportages maken met veel verschillende mondelinge bronnen met verschillende opvattingen, vinden het ook niet nodig om de betrouwbaarheid te checken. Want: Een mening is per definitie waar, net als ervaringen. “In mijn verhalen verwerk ik verschillende gevoelens en meningen. Daar valt weinig aan te checken”, zegt onderzoeksjournalist Joris van Casteren. Henk van ’t Veen, regioverslaggever bij De Stentor vindt dat ook: “Ik check nooit wat mondelinge bronnen zeggen (…). Ik zorg wel dat ik nog een andere bron heb met een andere mening.”

Blijkbaar vinden veel journalisten dat de organisatie van wederhoor hen ontslaat van de ‘plicht’ om opvattingen te checken. Die werkwijze is niet zonder ‘gevaar’ voor een journalistiek verhaal dat de waarheid moet brengen. Vooral niet nu een groot deel van de dagbladen een kleiner tabloidformaat heeft en de standaard stukken veel korter geworden zijn. “Sinds we minder lange stukken hebben, komt het wel vaker voor dat er voor de tweede bron geen ruimte meer is”, meldt Van ’t Veen.

Wordt er wel gecheckt als mondelinge bronnen ook de relevante feitelijke informatie voor het verhaal verstrekken? Nee! We moeten concluderen dat de geïnterviewde journalisten de feitelijke uitspraken van autoriteiten zelden checken. Dat is niet nodig, zo is de redenering, omdat autoriteiten zich geen leugens kunnen veroorloven als ze hun positie niet in gevaar willen brengen. De door officiële instanties verstrekte feiten worden niet altijd gecontroleerd: “Gesproken bronnen check ik alleen als er feiten of cijfers genoemd worden, maar het hangt er sterk vanaf wie het zegt. Als de directeur het zegt, dan geloof ik het wel”, zegt een verslaggever van een grote regionale krant.

 

Indekken in plaats van checken
Davies doet voorkomen of er twee soorten bronnen zijn: bronnen die wel gecheckt zijn en bronnen die niet gecheckt zijn. Maar niet checken en wel checken blijken de uiteinden van een heel spectrum aan journalistieke activiteiten. Met aan de ene kant: keurig volgens de mores dubbel controleren: bij een andere mondelinge bron nagaan of het beweerde enige grond heeft, zorgen voor wederhoor. Of de uitspraken in een, liefst officiële, documentaire bron nagaan. En aan de andere kant: nalaten om uitspraken en beweringen van mondelinge bronnen waar dan ook te toetsen. Daartussenin kent de journalistieke praktijk een heel scala aan activiteiten die als doel hebben in meer of mindere mate na te gaan of wat mondelinge bronnen zeggen ook klopt. Bijvoorbeeld door de mondelinge bronnen in een bepaalde volgorde te benaderen.

Maar in veel gevallen, zo blijkt, zijn researchende journalisten helemaal niet zelf bezig met checken of niet-checken. Er zijn nogal wat journalisten die dat werk uitbesteden aan anderen. Die de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de berichtgeving afschuiven. Die zich verschuilen achter deskundigen.

Journalisten leggen hun verhalen voor aan deskundigen en PR-functionarissen en laten hen zo delen van hun tekst schrijven. Ze nemen ongecontroleerde uitspraken tussen aanhalingstekens in hun verhaal op en nemen aan dat wat gezagsdragers zeggen waar is. De door ons onderzochte journalisten kunnen die werkwijzen goed verantwoorden en beargumenteren met verwijzingen naar journalistieke mores. Een journalist is immers niet verantwoordelijk voor wat mondelinge bronnen beweren. Zelfs niet als het feitelijk onjuist is. Een politiek verslaggever van een regionale krant geeft aan: “(…) wat hij beweerde is lastig te controleren. Ik plaats het dan als een citaat, waarmee de verantwoordelijkheid bij hem komt te liggen”.

Dat gaat niet over checken, dat gaat over indekken. Dat is geen journalistiek op zoek naar de waarheid, dat gaat over het afschuiven van verantwoordelijkheden…

Zijn Nederlandse journalisten nog wel bezig met hun kerntaak: ‘ to check and to reject whatever is not true?’ Vooralsnog zijn de conclusies van ons verkennende onderzoek net zo weinig hoopgevend als die van Davies. Maar we gaan onze voorlopige bevindingen nog verder onderzoeken en checken.

Overigens, alle citaten in dit stuk zijn dubbel gecheckt. Met als resultaat dat een aantal geïnterviewden uitspraken wilde intrekken of nuanceren. Ze wilden liever niet als onnauwkeurig journalist overkomen, wilden niet in het openbaar toegeven niet altijd te checken.

We hebben hun uitspraken geanonimiseerd, omdat zij anders te boek kwamen te staan als het enige ‘stoute jongetje van de klas’, terwijl ze representant zijn van een veel vaker voorkomend fenomeen.

Bronnen:
– Davies, Nick (2008). Flat Earth News: An award-winning Reporter exposes Falsehood, Distortion and Propaganda in the Global Media. London: Chatto & Windus.
– Lewis, Justin et al.(2008).The Quality and Independence of British Newspaper Journalism. Cardiff School of Journalism, Media and Cultural Studies.
– Case, Donald O. (2007). Looking for Information: a survey of Research on Information Seeking, Needs, and Behavior. Elsevier.
– Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, april 2007

 

Bron: http://www.denieuwereporter.nl/?p=1853#more-1853

 

Televisie populairste Olympisch medium

Filed under: Artikelen Dianne Kuijs — 2008trendscv202a @ 9:47 am

Uit dit artikel blijkt dat ondanks de inspanningen in de nieuwe media de TV toch nog als hoofdmedium wordt gebruikt. Dit zal waarschijnlijk ook nog wel een tijdje zo blijven. Wel zie je dat de helft van de mensen met internet op hun telefoon het hebben uitgeprobeerd. Dit zijn de zogenoemde ‘early adopters’. In de toekomst zullen steeds meer mensen internet op hun mobiel krijgen en zo ook meer gebruik gaan maken van de nieuwe media.

Televisie populairste Olympisch medium

Zo 17 augustus 2008 22:45, Redactie, 4764 views

Televisie blijft met grote voorsprong het Olympisch medium bij uitstek. Dat zegt de Amerikaanse televisiezender NBC Universal, die een eerste evaluatie maakte over het mediagebruik van het publiek van de Olympische Spelen in Peking. 



Ondanks alle inspanningen om nieuwe media in te zetten voor de verslaggeving van het Olympische evenement, blijft de televisie volgens NBC Universal nog altijd het grootste gedeelte van het publiek voor zijn rekening nemen. Het mobiele internet blijft volgens de Amerikaanse zender relatief beperkt.

NBC Universal heeft zelf ook heel wat inspanningen gedaan om de verslaggeving over de Olympische Spelen ook op internet en het mobiele kanaal aan te bieden. Uit het onderzoek bleek dat ongeveer de helft van de bezitters van een mobiele telefoon met de Olympische Spelen voor de eerste keer de technologie heeft uitgeprobeerd om met zijn toestel video of informatie op te roepen. In totaal bleek dat tijdens het eerste weekend ongeveer een half miljoen consumenten per dag Olympische content op hun mobiele telefoon hadden aangevraagd.



Dat is een relatief klein aantal, maar NBC Universal zegt vooral verbaasd te zijn dat zovele consumenten die technologie voordien nog nooit hadden gebruikt. “Men zou kunnen stellen dat de Olympische Spelen de consument beïnvloeden om nieuwe technologie te gebruiken,” aldus een woordvoerder van NBC Universal tegen het persbureau Associated Press. “Televisie blijft echter het belangrijkste Olympische format. Van alle Olympische kijkers, doet 95 procent daarvoor beroep op televisie. De keuze tussen de kwaliteit van high definition-televisie en een klein beeld op een computerscherm is heel gemakkelijk gemaakt.”

Bron: Managing21/Express.be